In het artikel dat verscheen in ParaVisie schreef ik;
“De ziekte is slechts een verhaal, mijn lichaam een woning waarin ik verblijf.
Wat daar doorheen schijnt, dat ben ik”

Ik moet de laatste tijd best vaak aan die laatste zin denken:
“Wat daar doorheen schijnt, dat ben ik”.

De ziekte begint als een onheilspellende donkere wolk steeds meer ruimte in te nemen. De wind trekt aan en blaast dat wat geen wortels had de lucht in.
Tevergeefs roep ik;  “Nee, niet dat alstublieft, mag ik dat nog even vasthouden?”, maar het is al te laat. Het dwarrelt, het duizelt, het overvalt en neemt mee. Wat blijft er nog over van mij.

Huilend hoor ik mijzelf zeggen dat ik niet steeds hierom wil huilen.
Maar het is alsof er een rivier van tranen door mijn buik, naar mijn hart, richting mijn ogen stroomt.
Behalve mijn lichaam is mijn hoofd ook zo ontzettend moe.
Steeds vaker gaan mijn handen naar mijn oren omdat ik de mensengeluiden niet verwerken kan.

Ik hield veel van schaken, van de strategische wereld der mogelijkheden met de mooi uitgesneden stukken aan je zijde, maar ook dat lukt niet meer. Als ik iets te diep nadenk word ik misselijk, duizelig en zo warm, alsof ik koorts krijg.  Ik hield veel van lezen. Van het schrijven van brieven aan vrienden. Van het spelen met mijn nichtjes en neefje. Van het op bezoek gaan bij mijn oma en samenzijn met familie. Van muziek luisteren en dansen in de kamer. 
Ogenschijnlijk kleine dingen, die nu veelal te groot zijn.

Het is heel moeilijk om uit te leggen hoe een ziekte je wereld zo verandert dat je in een volkomen ander Universum met andere fysieke wetten terecht gekomen lijkt te zijn. Dat bijna niets meer vanzelf gaat, dat er na al die jaren nog maar zo weinig bewegingsvrijheid over is en er geen stijgende lijn te ontdekken valt. 

Soms is het alsof je jezelf daarin verliest, niet alleen het verlies van je lichaam maar ook van je geest omdat er ogenschijnlijk niets meer is om je aan vast te houden. Wat blijft er dan nog van je over.

Ik denk daar vaak over na, de laatste tijd. Ik zoek in de donkere wolk een deur, of een venster, desnoods een kier waar licht door naar binnen valt. Tussen de tranen door zeg ik tegen mijn moeder dat ik hier bovenuit moet stijgen. Dat ik groter wil zijn dan dit.
Dat ik vrede wil hebben met het feit dat ik in een ziek, pijnlijk lichaam leef en alles zoveel moeite kost. Ik wil er vrede mee hebben, het is geen onwil, maar het is soms zo overweldigend veel.

Mijn moeder is begonnen met het in dozen stoppen van de spullen in mijn appartement. De afgelopen jaren is gebleken dat ik daar niet meer alleen kan wonen. Ondertussen zoeken we voorzichtig naar een geschikt huisje met tuin voor de dieren en voor mij, maar de onuitgesproken aanwezige vraag is of dat überhaupt fysiek ooit haalbaar is. Golven die je overspoelen, een onderstroom die je meeneemt, je spartelt, hapt naar lucht, gaat kopje onder. 

Ik vertel haar over de woorden die ik las bij een Facebook vriend;
“To have faith is to trust yourself to the water. When you swim you don't grab hold of the water, because if you do you will sink and drown. Instead you relax, and float”

Stop met spartelen. Ontspan en drijf. 

Ze antwoordt begripvol dat het logisch is dat ik spartel en dat ik mij verzet. 
Mijn meer aan de oppervlakte liggende gevoel zegt dat het inderdaad logisch is, maar mijn dieperliggende gevoel vindt dat niet. Verzet tegen iets dat groter is dan je menselijke invloed kost zoveel energie, is erg ontwrichtend en lost helemaal niets op. Sterker nog, het stagneert dat wat er wel is, diep van binnen. En ik voel zo duidelijk dat hetgeen diep van binnen mij de weg wil wijzen.

’s Nachts vindt er een krachtmeting plaats tussen het aan de oppervlakte liggende gevoel en het diepere gevoel. Spartelen of ontspannen. Naar lucht happen of drijven.

Ik drijf. 

Stilaan zie ik mijzelf weer tevoorschijn komen, zoals een optrekkende mist langzaam de contouren van het landschap onthult. Het is niet weg. Ik ben niet weg. Ik raak soms bedolven onder fysieke pijn, overweldigd door drukte en geluiden, beklemd door de vernauwde bewegingsvrijheid, maar ik ben niet weg. 

Ik voel de onveranderde energie van mijn ziel. Het resoneren met het Universum. De verbondenheid in sterrenstof. Het toenemende licht. Op deze plek kan ik heel helder voelen, denken en zien. Dit is de plek waar ik volkomen leef. Waar er niets aan mij mankeert. Waar ik heel ben. Waar alles stroomt.

Ik heb het terug gevonden, een opgeluchte glimlach verschijnt op mijn gezicht. Zachtheid waarin de rivier van tranen verdwijnt. Het is er nog, ik ben er nog. Voorbij de ziekte, voorbij mijn lichaam. 
Hier is de ziekte een verhaal, mijn lichaam een woning waarin ik verblijf
en wat daar doorheen schijnt mag ik nooit vergeten, wat daar doorheen schijnt dat ben ik.

~

(De online versie van het artikel in ParaVisie vind je hier)



Als ik voor het slapengaan nog wat lig na te denken, hoor ik plots een vriendelijke groet; "Hey!"

Ik glimlach; - "Hey!"

"Ben je aan het nadenken over wat er allemaal gebeurt en is gebeurd?"

- "Ja. Ik probeer mijn innerlijke rust te behouden te midden van de grillen van mijn lichaam. Het verloopt fysiek niet zo voorspoedig, maar dat wist je al"

"Ik heb het gezien. Je innerlijke rust verloopt echter wel voorspoedig".

Ik glimlach weer; - "Oefening baart kunst". "En rust".

"Je doet het heel goed", zegt de zachtmoedige stem.

- "Zijn wij één?", vraag ik.

"Jij bent mij en ik ben jou", antwoordt de stem.

- "Soms voelt het alsof je wat verder weg bent, alsof er ruis is waardoor ik je minder goed versta"

"Wij zijn altijd even dicht bij elkaar, de afstand die je vanuit menselijk perspectief ervaart bestaat eigenlijk niet. Het zijn vooral je gedachten die de ruis welke je omschrijft veroorzaken"

- "Heb je adviezen voor mij?"

"Rust. Verzet je niet. Beweeg mee. Laat los wat niet van jou is. Laat los wat je niet nodig hebt" 

- "Wil je nog even bij mij blijven?"

"Ik ben er altijd"

- "Zullen we een ruimtereisje maken?"

"We zijn al onderweg", lacht de zachtmoedigheid.

Ik voel warmte door mijn eerder zo koude lichaam stromen.

- "Weet jij waarom ik zo van schaken houd?"

"Omdat het al duizenden jaren bestaat en je daardoor op een bepaalde manier verbonden bent met voorheen en de mensen die het speelden. En omdat het één van je fijnste jeugdherinneringen is. En omdat het koninkrijk op het schaakbord je aan Alice in Wonderland doet denken"

Ik lach; - "Natuurlijk weet je dat".

"Zullen we nog wat verder het Universum in reizen?"

- "Ik dacht dat er geen afstanden bestonden"

De zachtmoedigheid lacht; "Dat is geheel juist! Verder is dichterbij van binnen, alhoewel dichterbij ook een afstand impliceert. Dichterbij is wellicht met steeds minder gedachten, steeds minder ruis"

- "Vroeger noemde ik dat de overkoepelende kern, weet je nog? Een overkoepelende kern klinkt paradoxaal, maar paradoxen zijn veelal slechts schijnbaar tegenstrijdig. Daarom zijn ze zo interessant, net zoals je bij schaken soms je Koningin opoffert om daarna een meester-slag te kunnen slaan"

"Net zoals loslaten vaak veel meer geeft dan vasthouden"

- "Precies. Voor mij is de overkoepelende kern, de koepel en de kern in één. Buiten is binnen. Het Universum waarin en waaruit wij zijn ontstaan is in ons. Sterrenstof. Informatie. Een weten voorbij gedachten"

"Zie je de hemellichamen aan de binnenkant van je ogen?"

- "Ja, ik zie het! We zijn al onderweg"







"The real voyage of discovery consists not in seeking new landscapes, but in having new eyes” Marcel Proust

Onlangs las ik een artikel waarin werd verteld over de waarneming van zeven aardachtige planeten bij de dwergster Trappist-1. Behalve dat deze ontdekking fascinerend te noemen is, was ik ook nogal onder de indruk van de duizelingwekkende afstanden waarover wordt gesproken.

De dwergster staat op 40 lichtjaar van de aarde. Met onze huidige rakketten zou de overbrugging van deze afstand anderhalf miljoen jaar duren. Het wordt nog duizelingwekkender wanneer blijkt dat 40 lichtjaar een peulenschil is in de onvoorstelbare uitgestrektheid van het heelal. En het allermeest duizelingwekkende aan deze uiteenzetting is dat wij ergens in deze onvoorstelbare uitgestrektheid leven. Wauw.

Een perspectief als deze helpt mij om de vernauwde bewegingsvrijheid voortkomend uit mijn ziekte in een groter geheel te plaatsen, het anders te bekijken. Want ook in tijden van bedlegerigheid staat mijn bed nog altijd op een wonderschone planeet omringd door sterren en planeten.

Wanneer je waarneemt vanuit een ander perspectief, kan het zomaar gebeuren dat er een nieuwe wereld voor je opengaat. Ik hou van die verborgen wereld achter een aanname of concept. De wereld buiten gebaande paden, vol vrijheid en oneindige mogelijkheden.

Mijn beleving van tijd is daardoor ook veranderd. Zoals 40 lichtjaar in verhouding tot de enorme grootte van het heelal een loopje naar de bakker om de hoek zou kunnen zijn, zo is het leven van een mens op aarde als een vingerknip in de zee van tijd. Dit zou fatalistische machteloosheid kunnen oproepen, maar het gevoel van een fantastisch machtige ervaring komt voor mij veel dichter in de buurt! Daarbij relativeert het enorm en dat komt goed uit want daar kunnen we hier en daar wel een korreltje van gebruiken.

In de malle molen van het leven draait de aarde om haar as en om de zon en draaien wij ons rondje met haar mee. Hoe wonderlijk om daar een vingerknip getuige van te mogen zijn!





 

 

Ik wil je graag vertellen over hoe het hier op Aarde met mij gaat.

De laatste tijd viel het leven in een mensenlichaam mij zwaar. Het lichaam waarin ik woon doet al jaren haar best om alle functies te herstellen, echter is ze daar tot op heden niet in geslaagd. Wellicht is het te ingewikkeld of is ze te verzwakt, wat het ook moge zijn, het resulteert in voortdurende ziekte. 

Ik weet niet of je weet wat “ziekte” betekent, of hoe dat voelt. Het is moeilijk uit te leggen, maar ik zal proberen het in woorden te benaderen. Als mens is je ziel verbonden met een lichaam. Wanneer er iets met dat lichaam aan de hand is, geeft dat een zeer onprettig gevoel. Ook kun je het lichaam waarin je woont moeilijker bewegen, treedt er soms kortsluiting op, wordt het zwart voor je ogen en valt je lichaam neer op de grond. Je bewegingsvrijheid vernauwt. Je kunt niet meer alles wat je bedenkt zomaar uitvoeren, je weet alles nog precies, maar je kunt het niet meer.

Het leven hier op Aarde lijkt veelal een kwestie van “doen” te zijn, althans dat is momenteel de tendens. Zodra je niet kunt mee- doen, ontstaat er vrijwel meteen een  enorm verschil in levenswijze- zowel ten opzichte van je eigen vroegere leven als van de levens van je medemens. 

Er ontstaat een volkomen andere dynamiek. Zowel fysiek, als mentaal, als sociaal. Ik moet toegeven dat ik dit proces  -veelal bij nader inzien - interessant vind. Wat er gebeurt doet me soms denken aan het moment waarop Alice in een gat valt. Een val die een nieuwe wereld opent.

Het is alsof iemand mij bij mijn hand nam en zei; “Ga je mee? Dit is je kans om het leven vanuit een ander perspectief te bekijken, de werelden achter de drukke vergankelijke wereld te ontdekken, dichterbij het wezenlijke te komen”

Misschien was jij het wel, die dat tegen mij zei. 

Zoals je waarschijnlijk al wist, ging ik als een alchemist in mijzelf op zoek naar de innerlijke steen der wijzen. Niet om metaal in goud te veranderen, maar om bepaalde conditioneringen en patronen te kunnen laten oplossen. Aanvankelijk had ik het plan een manier te vinden om mijn draagkracht te vergroten, maar toen leek het verkleinen van de last mij toch een beter idee en dat lukte. 

Alsof ik een verborgen route had ontdekt in de krochten van mijn geest. Het hol van het witte konijn. De val van mijn vroegere ik. De ontdekking van een nieuwe wereld. 

Ik koester het wellicht naïeve idee dat wanneer ik aan die wereld denk, jij de beelden kunt zien. Soms zou ik zo graag willen dat ik die verschillende dimensies kon filmen om het met andere mensen te delen, dat ik het kon vastleggen in een magisch boek waaruit de beelden tot je komen wanneer je het boek openslaat. Dat kan vermoedelijk niet, daarom vertel ik het aan jou, omdat er op Aarde niet veel over wordt gesproken. Dat mis ik en dan mis ik jou. Ik heb soms heimwee naar iets wat ik vergeten lijk te zijn. 

Ik vermoed dat het ontvouwen van de verschillende werelden deels voortkomt uit dat wat er gebeurt als je zo vaak ziek bent; het is telkens alsof je een beetje sterft. Het moment waarop je nog meer moet loslaten dan je voor mogelijk hield. Dat je je nauwelijks nog kunt bewegen,  niet meer weet waar je met jezelf naartoe moet, zelfs liggend in bed het gevoel hebt dat je valt. Het laatste restje levensenergie leg je bij de stapel reeds afgedane mogelijkheden tot er niets meer overblijft.

Het telkens een beetje sterven, gaat niet altijd op dezelfde manier. Soms is het chaotisch, beangstigend en vervreemdend. Soms troostend, vredig en verbindend. Soms is het alsof je volkomen verloren ronddwaalt in de donkerte, soms is het alsof je wordt gedragen en door verschillende lichtdimensies reist.

Na de laatste nobele poging van je geest om je aan wat dan ook vast te houden, lost dit streven op in iets wat veel groter of kleiner is dan dat. Gedachten vervagen tot minieme puntjes zonder horizon. Wensen zijn er niet meer. Er vormt zich een onzichtbare doorgang in je hart, pijn en berusting draaien om elkaar heen en vinden hun weg naar buiten. Het wezenlijke vindt haar weg naar binnen.

Dan val ik in slaap. Wanneer de ziekte in hevigheid toeneemt, breng ik meer uren slapend dan wakker door. Ik ben dankbaar voor mijn mooie dromen. Soms denk ik wel eens dat ik ze via jou ontvang.

Ik kom op prachtige plekken, ontdek verborgen routes die mij bijvoorbeeld in mijn 45km auto zomaar in Amerika brengen, ik maak onderweg veel foto’s en probeer dan vooral het licht zo mooi mogelijk vast te leggen, het licht is er vaak betoverend. 

Zo nu en dan staan de planeten heel dichtbij de Aarde, aan de hemel verschijnen rood oranje bollen, veel groter dan de zon. Ik kon mijn ogen bijna niet geloven, zo mooi. Ik ontmoet bijzondere dieren, ook dieren die ik nooit eerder zag. Ik ontmoet wijze liefdevolle mensen en Nelson is daar vaak ook. Hoe mooier de droom, hoe makkelijker ik het leven overdag ervaar. Ze geven mij liefde, inzicht en kracht. 

Jij kent die plek, jij weet wat ik heb gezien en jij weet ook wat ik nog te zien zou kunnen krijgen, wat er allemaal nog meer mogelijk is. Naar dat laatste ben ik heel benieuwd. Dat is één van mijn grootste drijfveren om hier te blijven. Een nieuwsgierigheid heel diep van binnen. 

Ik ben blij dat ik dit aan jou kan vertellen, het betekent dat ik weer een beetje kan nadenken en weer voorzichtig durf te kijken naar wat komen gaat. 

Ik slaap nog erg veel maar kan ook weer even rechtop zitten, dat is een verademing. Verder kan ik mij nog nauwelijks inspannen en mijn hoofd suist enorm. Ik hoop dat ik weer zal herstellen naar mijn oude niveau. Je weet vast dat ik daar eerder niet zo blij mee was, omdat het leven op dat niveau ook al moeizaam verliep, maar het biedt in verhouding meer mogelijkheden dan dit. Ik zal zodoende de komende tijd blij zijn met iedere kleine progressie, dat is een gunstige bijkomstigheid; dankbaar zijn voor minder dan ik had. Je moet ergens beginnen. 

Tot zover één van de ruim zeven miljard verhalen die zich momenteel afspelen hier op Aarde. 
De Aarde is een wonderlijke planeet, ze biedt een thuis aan een ongelooflijke diversiteit levensvormen. Alles ontstaat en vindt zijn weg, verwarmd door de zon, zwevend in de ruimte, omringd door sterren en planeten. Een prachtige plek om met eerbiedige bewondering te mogen rondkijken.

Ik maak me zorgen om de Aarde. Ik denk dat het teveel voor haar is als we onze hebzucht niet kunnen bedwingen.

Ik vraag mij af hoe jij daarover denkt, of jij je ook zorgen maakt en wat de mens eigenlijk op Aarde bijdraagt. Als je wil mag je mij daarover vertellen, via mijn dromen of op een ander stil moment. 
Het mag ook over heel iets anders gaan, ik vind het hoe dan ook fijn om naar je te luisteren. Om samen te zijn. 

Dan voel ik mij thuis.



 

 
“De kunst van het leven is thuis te zijn alsof men op reis is” – Godfried Bomans

Tere wolken zweven vlak boven de witte aarde. De zon komt op, als een ware luchtkunstenaar kleurt ze de hemel. Het is een mysterieus sprookjesachtig schouwspel. Vanuit mijn bed bij het raam zie ik hoe mistdruppels en kleine ijskristallen langzaamaan verdampen.


Een roodborstje komt vlakbij het raam zitten. In de grote boom helemaal achterin de tuin strijken merels en koolmeesjes neer. Tegen de rood oranje hemel vliegen ganzen gakkend in V- formatie. De egel verstopt zich onder een dikke laag herfstbladeren.  De rietpluimen glinsteren in de zon al wiegend in de wind.

 Ik ga op in wat ik zie. Ik voel mij vereerd om onderdeel van dit wonderlijke leven te mogen zijn. Even vergeet ik dat ik ziek ben, dat ik in het bed in de kamer lig, uitkijkend op de tuin. Ik stijg uit boven mijn eigen leven om het leven dat om mij heen is ten volste te kunnen aanschouwen.

Dat leven, voorbij alles wat een mens kan meemaken, is wat mij betreft één groot kunstwerk op zich. Nieuwe levens die groeien in de buik van de moeder. Ons lichaam dat talloze processen uitvoert waarover wij (in de meeste gevallen) niet hoeven na te denken; longen die zuurstof uit de lucht halen, het hart met haar schatkamers, ogen die de wereld om ons heen zichtbaar maken, het brein dat ons kan laten denken, ervaren, dromen en ons helpt dromen te verwezenlijken.  Hulde aan het lichaam waarin wij op deze planeet mogen rondkijken!

Ja, die wonderlijke blauwe planeet. Zwevend ergens in de ruimte. Verwarmd en belicht door de zon. Omringd door sterren en planeten. Bewoond door een bont gezelschap planten en dieren, naar schatting zo’n 50 miljoen verschillende soorten. Een ongelooflijke diversiteit aan kleuren en vormen, ook daar hebben wij niets voor hoeven doen. Het is er en staat klaar om je welkom te heten in de wereld van verwondering.

Daarom vind ik de woorden van Godfried Bomans zo mooi; “Thuis te zijn alsof men op reis is”.  Wanneer je reist sta je vaak meer open voor alles om je heen, je kijkt met andere ogen en leeft intenser. Zodra je thuis bent, nemen routine en vanzelfsprekendheden het meestal weer over.
Ik denk dat  -waar je ook bent-  het de kunst is om je over het kunstige leven te blijven verwonderen!

 




"Strength does not come from physical capacity. It comes from an indomitable will” 
Mahatma Gandhi
 

Terugdenkend aan hoe graag ik sportte, in het bos wandelde en fietstochten maakte met mijn hondje voorop in de mand, realiseer ik mij dat die enorme bewegingsvrijheid een groot voorrecht was. Een privilege toegekend aan het gezonde lichaam.

Zo vanzelfsprekend als het was om te leven in een lichaam dat “gewoon” alles kan wat je wilt, zo moeilijk is nu het volbrengen van zelfs de kleine alledaagse dingen. Inmiddels duurt deze ziekte (ME) twintig jaar, dan wordt het ook wel een chronische ziekte genoemd, maar zo noem ik het zelf nooit. De ziekte heeft mij aangespoord een hernieuwde versie van mijzelf te ontwikkelen. “Ik ben chronisch ziek” klopt niet bij hoe ik mijzelf zie. Ik ben Maartje 2.0
 

Het ontwikkelen van een hernieuwde versie van jezelf doet dikwijls denken aan het beoefenen van topsport, paralympisch in mijn geval. Het vraagt doorzettingsvermogen, je moet tegenslagen kunnen incasseren, je grenzen verleggen maar jezelf niet voorbij streven, veerkrachtig zijn en tegelijkertijd een duidelijke koers voor ogen houden. 


Er is echter één  vrij belangrijk verschil tussen topsport en ziekte; aan het leven van de topsporter ligt een keuze ten grondslag, aan het mijne een speling van het lot. Ik moet dus eerlijk zeggen dat ik niet meteen vanaf het begin een “topsportmentaliteit” te pakken had. Ik heb mij bang, verdrietig en machteloos gevoeld. Ik heb getwijfeld aan mijn kunnen. Maar zoals sporters telkens een al scherp persoonlijke record weten te verbreken, zo heb ik mijzelf versteld doen staan van hoeveel meer je aankunt dan je denkt.

Om mijn fysieke achteruitgang te compenseren, huurden we een rolstoel zodat ik  zo nu en dan toch even buiten zou kunnen zijn. Daarna kwam er een rollator zodat ik zelf kleine stukjes zou kunnen lopen. Toen raakte ik wederom bedlegerig, waardoor alles van vooraf aan begon. Dit proces herhaalde zich talloze keren, ik maak er dan ook geen geheim van dat de moed soms in mijn schoenen zonk, maar ik ben hem nooit verloren.

Sinds kort heb ik een loophulp fiets, een fiets ontwikkeld voor mensen die niet zo lang op de been kunnen zijn. Omdat het mij leuk leek om weer eens een beetje snelheid te ervaren, racete ik meteen de eerste dag met mijn nieuwe loophulp van de zeedijk. De fiets maakte veel meer vaart dan ik verwachtte, heel even was ik bang om te vallen maar al gauw dacht ik; ik val niet, ik vlieg!
Die momenten zijn als het winnen van een gouden medaille. De wind door mijn haar, een rennende hond aan mijn zijde, in gedachten speelt de fanfare the victory  march, vallen er bloemen uit de hemel, zwaai ik lachend naar de mensen en draag ik de bolletjestrui.







 

 

De ontmoeting met konijn Guusje markeert het begin van een nieuwe innerlijke pelgrimstocht. Meteen deed haar aanwezigheid mij de laatste restjes van een onaangename gebeurtenis vergeten. Ze losten op als sneeuw voor de zon, zoals het ego oplost in de liefde.

Iedere dag kwam er meer ruimte om de liefde als vanouds en toch nieuwer te laten stromen. Ik wist het weer zeker, nog zekerder dan eerst; er woont hier liefde, niets dan liefde, altijd.

De stilte is terug in mij, ik denk aan bijna niets en voel mij gelukkig. Gelukkig zonder reden of om alle redenen. Alsof ik verliefd ben, maar dan zonder persoon en kalmer.

Mijn lichaam doet haar best, het is niet eenvoudig. Alles kost haar moeite en de energie is schaars. Iedere dag moet ik meer van haar vragen dan ze aankan om het minimale te kunnen volbrengen. Ik dank haar voor de kracht die ze heeft om mijn kleine wensen in vervulling te laten gaan. Een wens als een bloesemboompje planten voor Nelson. Een mooie wilgentak voor Guusje zoeken. Samen thee drinken in de zon.

Hoe langer ik stil ben, hoe geruststellender ik het in leven zijn ervaar. Ik doe weinig, maar alles gaat zijn gang. De vogels, de zon, de wind, de voorbijgaande wolken. Een vogel fluit. We kijken alle vier naar de hoge boom. Ik glimlach om onze gebundelde aandacht. Kort later hervatten we onze bezigheden,  Iep speelt met een kluitje, Guusje strijkt haar oren, Abel zoekt zijn bal en ik kijk.

Aan het einde van de dag hangt mijn haar in rommelige slierten langs mijn gezicht. Ik heb modder, stro, gras en pootafdrukjes op mijn kleren. Ik ben gelukkig.

 


Ave Lees- en Leefgenoten!

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 





Wees welkom, lees mee
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl