| |
 |
 |
 Alles
Raadsel | Hart zoekt thuis
|
29 November 2007 | 02:06:16
 |
Er zit iets in mijn hoofd en ik weet niet zo goed waar te beginnen. Eigenlijk weet ik überhaupt niet of ik zal beginnen, want dat wat in mijn hoofd zit, zit daar op zich wel goed. En dan met name op zich, want het lijkt een eigen leven te leiden. Los van mij en vast aan mij.
Misschien heeft het opzichzelfstaande gehalte te maken met de geringe mate waarin er over dat wat in mijn hoofd zit wordt gesproken. Ik bedoel, over het algemeen zul je iemand sneller melding horen maken over de miezerigheid van het weer dan over het toch aparte idee dat we samen ergens op een planeet in de ruimte bivakkeren.
Soms denk ik wel eens dat er bij sommige mensen vast een magneet ingeplugd moet zijn vlak voor de geboorte. Een geestelijke magneet die ervoor zorgt dat je gedachten en gevoelens rechtstreeks richting Aarde gaan. Toen die van mij geïmplanteerd zou worden, hebben ze denk ik een kleine vergissing gemaakt. Misschien is er nu iemand die er twee heeft, misschien kwam ik net op een vrij moment.
Ik kijk vaak naar boven. Naar de lucht, de sterren, de maan. Vroeger keek ik ook, maar dan stopte het bij kijken. Nu is het alsof de oneindigheid door mijn aderen stroomt en is het leven op aarde daarin niet meer als vanzelfsprekend het centrum. Enerzijds geeft dat een vrij gevoel, anderzijds zou ik soms bakstenen aan mijn benen willen binden, want zo nu en dan kan vrijheid ook in veelheid resulteren. Een veelheid die je niet zomaar bij iemand kwijt kunt, waardoor de kers op deze spacy taart een soort ET gevoel betekent. Ver, vreemd.
Bij toeval zenderhopte ik kort geleden een interview binnen waarin er werd gesproken over bewustzijn en ogen. Noem mij soft, ik kreeg meteen kippenvel. Het zal wellicht de herkenning zijn geweest - ET phones home, jawel - Ik heb mij vaak verwonderd over het feit dat een mens ogen heeft, en dan met name dat 'iets' wat in mij woont door die ogen naar buiten kan kijken.
Maar er lijken ook andere ogen te zijn, of een andere weg om te kunnen zien. Iets wat naar binnen wijst, bij jezelf en als je welkom bent bij de ander. Volgens mij zijn dat de ogen van het bewustzijn. Deze waarneming heeft als het ware een in- en uitzoom mogelijkheid, een eenvoudig voorbeeld hiervan is een moment waarop je persoonlijke ingewikkeldheden ervaart waardoor veel van het overige naar de achtergrond verschuift. Wanneer je jezelf daarvan hebt vrijgemaakt, zoomt het bewustzijn uit en voel je plots meer ruimte dan daarvoor. Terwijl het decor feitelijk gelijk is gebleven vindt zich een verandering in je bewustzijn plaats. Ik denk dat wanneer zich dit voldoende malen kan herhalen, je een steeds ruimere beleving zult cultiveren. Zonder nonchalant te worden, verdwijnen er automatisch vroegere belangrijkheden naar een onbelangrijke achtergrond totdat het leven zo bijzonder gaat voelen dat je enkel het heden nodig hebt. Ik vond dat een miraculeus moment. Een moment om voor altijd in te wonen, alsof je verliefd bent, maar dan beter omdat het zich niet met iets tastbaars verbindt.
Diezelfde in- en uitzoom functie kan tevens een contextverschuiving betreft je leven in een groter geheel betekenen. Een eenvoudig voorbeeld daarvan is een moment waarop jouw wil iets bij te dragen een plaats krijgt temidden van al hetgeen gedaan zou moeten worden. Plots lijkt hetgeen je zou willen geven op een druppel die in de zee valt en onherkenbaar verdwijnt.
Zo is het ook wanneer je de Aarde plaatst in de grootsheid van de ruimte. Minuscuul, maar toch zo belangrijk wanneer je hier eenmaal bent. Ik vraag me vaak af hoe dat kan.
Eigenlijk weten we niet eens precies waar we zijn - ik weet heus mijn adres etcetera, maakt u zich geen zorgen - Misschien zweven we wel in de meest verloren uithoek van het universum, geen kip die ons ziet, alleen wij elkaar. De vraag is of dat zou uitmaken voor ons besef van realiteit of dat we ons überhaupt altijd druk blijven maken over dat wat zich hier voordoet. Daarbij, hoe lang gaat dit door? Waar werken we eigenlijk naar toe? Stel dat de Aarde het begeeft, is er dan een universum zonder mensen of gaat het plan elders voort. En als we dan eenmaal elders zijn, is dat dan voor eeuwig? .. Besef van eeuwigheid doet mij duizelen, omdat er geen einde is
en alles heeft een einde hier op Aarde
Ik weet dat het stellen van moeilijke vragen vele malen gemakkelijker is dan het geven van een eenvoudig antwoord. Daarbij denk ik dat ieder antwoord een nieuwe vraag zou baren, waardoor die cirkel slechts tijdelijk schijnbaar rond kan zijn. Toch blijft het me intrigeren, alsof het gevoel in mijn vezels is gekropen. Niet omdat ik iets zoek, maar omdat ik 'Alles' toch een buiten-gewone bijzonderheid vind.
|
|
|
 |
 Waren- heid
Taal/Column | Unieke routine van alledag
|
15 November 2007 | 16:19:38
 |
Mijn ouders hebben behoefte aan ruimte waardoor ik ben aangesteld als Marktplaats- secretaresse.
"Echtgenoot aangeboden, zgan, kosteloos af te halen of tegen verzendkosten direct bij u thuis bezorgd" Het loopt storm. Ze zijn niet aan te slepen zo vlak voor de decembermaand. In West- Europa telt Nederland dan ook één van het hoogste aantal singles - what's in a name, maar goed, als het beestje maar een naam heeft, anders raken we in de war. Vervolgens is diezelfde afbakening weer een reden om in the war te geraken en zo bijt de hang naar overzicht zichzelf in zijn staart, maar dit terzijde, want ik wilde eigenlijk nog gewag maken van het feit dat Nederlandse singles één van de meest gelukkige mensen schijnen te zijn -
Zoals u ongetwijfeld meteen heeft doorzien, zou ik nooit te nimmer de producenten van mijn belichaming verhandelen. Mijn functie in deze bestaat dan ook uit het te koop aanbieden van spullen die een doelloos leven leiden en elders wellicht van dienst kunnen zijn. Mijn moeder maakte een lijstje van nooit gedragen laars tot waterbed en aanhangwagen, of ik er misschien voor zou kunnen zorgen dat het kwijtraakt. Kwijt raakt het in ieder geval tussen de duizenden advertenties aldaar, maar ik heb beloofd mijn best te doen en zo geschiedde een digitaal handelsverkeer.
Tijdens het beantwoorden van de binnenkomende berichten, moest ik even terugdenken aan de koop van mijn bank, ook via Marktplaats. In eerste instantie zag ik dat volkomen niet zitten, zitten op een bank die bij wijze van spreken nog ruikt naar de bips van zijn vorige beheerder. Toch ging ik overstag bij het zien van de foto. De meneer en ik maakten een afspraak. Enkele dagen later zaten we samen op diezelfde bank koffie te drinken. Heel aardig iemand, hij hield zowaar van dat meubel en vertelde over de bijbehorende herinneringen. Met het groter worden van de kinderen werd de bank echter te klein. Hij wees naar de nieuwe, de reus die zijn dierbare zitplek uit het huis verdreef. Ik weet niet wat hem precies dwars zat, misschien heb ik het mij verbeeld, hij was in ieder geval blij te weten waar de bank zijn volgende thuis zou vinden. Hij is hem zelfs bij me komen brengen, samen hebben we het sentiment de trap opgetild. Toen hij eenmaal stond lachte de meneer tevreden. Goed plekje. Toevallig draaide op de achtergrond de cd van Joe Cocker. Hij merkte het meteen op. Lang geleden, zei hij.
Nu ben ik zelf verkoper, zonder binding met mijn waren. Misschien enkel het waterbed waarin mijn opa en oma in betere tijden samen napraatten over de dag. Maar voor dat beeld heb ik het bed niet nodig, zo vergankelijk als het leven is, zo blijvend kunnen herinneringen zijn. Toch kwam er uit onverwachte hoek even een testcase voor mijn handelsbekwaamheid. Onderwerp: de aanhangwagen. Ik was inmiddels reeds mailende met een geïnteresseerde en had de andere bieders even in de wacht gezet. Zoals een secretaresse betaamt beantwoord ik ieder bericht en vermeld ik de stand van zaken, met vooral vriendelijke groeten en al wat meer wenselijk is. De volgende dag ontvang ik wederom een mail van de mevrouw die op nummer twee staat, ze wil graag weten of ik al iets van nummer één heb vernomen want - en nu komt het - haar zoontje van drieëneenhalf krijgt een konijntje en ze hebben een vervoermiddel nodig voor het konijnenhok. Dus ik schrijf: "Als u in de buurt woont en de wagen eenmalig nodig heeft, kunt u hem ook gerust even lenen hoor!" Vlak voor verzenden bedenk ik mij ineens dat ik mij voor mijn functie misschien iets te veel als zelfstandige gedraag en neem contact op met de directie. Inmiddels verheug ik mij meer op het uitlenen dan op eventuele verkoop, totdat mijn moeder in enkele woorden laat weten niet in die vreugde te delen. Ze noemt zelfredzaamheid, realisme en handel, geloof ik. Ik voel meer voor samen, realisme en dienstbaarheid. Het midden delen we, onze invulling daarvan is echter verdeeld. Berustend op eigen waarheid. Het feest gaat niet door. Misschien ben ik niet zo handig in handel, maar in gedachten doe ik standvastig beroep op de woorden
" Je moet de waarheid niet verwarren met de mening van de meerderheid "
Loesje
|
|
|
 |
 Pure Chance * Rozenverkoop *
Goed doel | * Pure Chance *
|
08 Oktober 2007 | 19:34:04
 |
- PureChance 1 & 2 klik! -
 "Negen uur 's ochtends?"
"Ja, dat klinkt niet alleen vroeg, dat is vroeg"
"Winkelen er dan al mensen?"
"Ik heb vernomen van wel, zelf zie ik dat niet, dan slaap ik nog"
"Ik ook, eigenlijk lig ik dan pas"
Er volgt gezucht, gelach en overeenstemming.
Het wordt zaterdag negen uur bij mij thuis. Dan kunnen we de laatste dingen nog even doornemen, de shirtjes aantrekken om vervolgens de straat op te gaan.
Zelf haal ik vrijdagnacht een extra wekker uit het stof, voor de zekerheid.
Iets voor negen uur arriveert mijn eerste heldin, zonder moeite met het vroege opstaan, uitslapen is niet voor haar weggelegd. Ik ben nog niet helemaal klaar, maar Nelson springt bij als een geboren gastheer. Al gauw is de helft van mijn verkoopgezelschap binnen gedruppeld. De bel gaat voor de vierde keer, ik open de deur, het eerste wat ze zegt is dat ze wel kan overgeven en vanochtend half dronken onder de douche stond. Of ik misschien ook iets heb wat haar energie geeft. Red Bull ofzo. Ik lach, geef haar te drinken en zeg dat het laat naar bed gaan niet in opdracht van de Rozenverkoop is geweest. Ze weet over eigen keuzes en consequenties en trekt net als de anderen het shirtje aan. Het is kwart over negen en we missen er nog één. Misschien is het handig dat je even bij hem aanbelt, zeg ik haar. Hij woont heel dichtbij en enkele seconden later hoor ik luid gebonk op zijn deur. "Lig je nog in bed?". "Maartje! hij ligt nog in bed". "Geeft niet, we wachten wel even, ik bel mijn moeder dat ze iets later komt met de rozen". Toch vlugger dan verwacht zie ik hem in het Pure Chance shirtje tevoorschijn komen. Kleine oogjes maar met een lach. We kunnen gaan.
 Mijn moeder staat klaar bij het eerste verkooppunt. We zoeken een geschikte plaats, plakken een grote poster en ik laat één van de meisjes tijdelijk alleen achter. Samen met de anderen ga ik naar het volgende verkooppunt, de centrale winkelstraat. Nog voordat ik aldaar aankom heb ik al een smsje van het achtergelaten meisje. Of ik bijna terugkom. Op deze plaats gaan de benjamin en het meisje aan wie ik de benjamin toevertrouw verkopen. Eigenlijk wilde ze graag met iemand anders staan, ik zag het in haar ogen en hoorde het aan haar stem. Maar ze begreep mijn uitleg en de relativering dat het enkele uurtjes van haar leven betrof gaf de doorslag tot moedig voorwaarts. De benjamin en zij bleken later een gouden verkoop koppel. Met de laatste twee vertrek ik naar het derde verkooppunt. Tijdens het plakken van de poster heeft hij de eerste roos al verkocht. Zij draagt meteen zorg voor de financiën. Het zal ze niet zijn ontgaan hoe blij en trots ik ben! Met een gerust hart laat ik ze achter en beloof nog een paar keer langs te komen. Mijn telefoon gaat, het meisje bij punt één. Waar ik ben en waar ik blijf. Samen met haar verkoop ik in de ochtend vrij gemakkelijk de eerste rozen. Je moet de mensen aanspreken, in de dubbele zin van het woord. Dat is even wennen. Maar zodra je eenmaal weet hoe het werkt, de bak leger ziet worden en de portemonnee gevulder, gaat het steeds een beetje meer als vanzelf. Ze heeft het koud, ze heeft zere knieën, ze heeft honger. Warm is het niet nee. Ik haal koffie voor ons. Later haal ik een broodje voor haar. Ze vindt het lief, maar krentenbroodjes lust ze niet.
Met regelmaat fiets ik langs de andere verkopers. Ze lachen en zwaaien als ze me zien aankomen, het blijkt ontzettend goed te gaan. Ze durven mensen aan te spreken, vertellen over Sierra Leone en het project, kunnen een potje breken met bepaalde uitspraken als "meneer, wilt u een mooie roos voor uw vrouwtje?" en één van hen zegt niet eerder naar huis te gaan voordat alle rozen zijn verkocht. Ik ben zo trots op de jongeren. Er is een wisselwerking waarop ik hoopte en de zon breekt door.
Vlak voor de lunch zie ik twee jonge mensen bij een verkooppunt staan. Ik zeg dat er nog shirtjes zijn en ze willen allebei graag helpen. Ik nodig ze meteen uit voor het eten en even later zitten er zeven zilveren Pure Chance logo's in het cultureel centrum voor patat, broodjes kroket en drinken. We tellen het geld voor de tussenstand. Zo'n ruime driehonderd euro. Het begin is gemaakt, de gedrevenheid gebleven. We verspreiden ons opnieuw voor de tweede ronde. Dankzij de welkome hulp van twee extra jongeren, heb ik 's middags iets meer ruimte voor mijn aanmoedigings fietstocht. De ene keer noodzakelijk omdat er een woordenwisseling was met een mevrouw die het nodig achtte haar verbitterde visie op één van de meisjes te projecteren, de andere keren omdat ik eenvoudigweg mijn waardering wilde delen en verspreiden.
 Eén van de jongens had tijdens het inpakken boeketjes gemaakt van de wat oudere rozen, het was immers zonde ze weg te gooien en hij had gelijk. Met zorg alvast de stengels schuin afgesneden, de overbodige blaadjes weggehaald, als een bloemist aan het schikken geraakt en tot slot een zakje bloemenvoer toegevoegd. Hij heeft alle boeketten verkocht. Met de benjamin heb ik afgesproken dat ze na de lunch naar huis zou gaan. Ze levert haar shirtje bij me in om hem niet veel later weer op te halen. Ze heeft me overal gezocht en wil meedoen tot het einde. De op één na jongste is zo gedreven dat ik haar welhaast uit een winkelkar van een klant moet vissen. "Ik denk dat die mevrouw geen roos wil". Dat denkt zij eigenlijk ook. "Blijf maar een klein beetje in de buurt van de rozenbakken, oké?" Ik glimlach en neem haar hand. Een beetje ondeugend lacht ze naar me terug: "Oké, maar het gaat wel goed hè". "Ja, jullie zijn kanjers, allemaal".
Rond vijf uur komt mijn broertje de lege rozenbakken ophalen, samen met de jongeren fiets ik naar het cultureel centrum waar we nog eenmaal bij elkaar zullen komen. Onderweg vertelt één van de jongens dat het een goed gevoel is op zaterdag een bezigheid als deze te hebben. Ik ben blij verrast. Het meisje beaamt en als er nog eens iets is .. "dan weet ik jullie te vinden". Dat bedoelen ze inderdaad. Toen wist ik al dat ik deze jonge mensen een beetje zou gaan missen. Gelukkig mocht ik twee van hen wel adopteren.
Eenmaal op de verzamelplaats aangekomen wordt mij vriendelijk verzocht al het geld uit mijn tas te nemen, ze zijn aan het tellen. Kleine geldwolven. Haar ogen stralen als ze mij het briefje overhandigt waarop ze de opbrengst van de rozenverkoop heeft geschreven. We hebben deze zaterdag voor 760 euro aan rozen verkocht. De inkoopprijs van de rozen bedraagt 120 euro. Dit betekent dat we dankzij onze Rozenverkoop 640 euro kunnen schenken aan Pure Chance.
Moe maar voldaan - cliché maar zo is het gegaan - nemen we afscheid. Het was een bijzondere dag, met zowel een gevoelsmatige als financiële opbrengst.
Tot Slot wil ik daarom graag de mensen bedanken
die ieder op eigen wijze een bijdrage hebben geleverd.
Lesley, voor het regelen van de rozen en het inpakmateriaal
Mijn ouders, voor het ophalen en wegbrengen - in het kwadraat - van de rozen
Jorrit, voor het sponsoren van de shirtjes!
Erwin, voor het afdrukken van de kaartjes, de posters en folders. Voor het klaarleggen van de benodigdheden in het jeugdcentrum, voor het openstellen van het cultureel centrum én voor het eten en drinken gedurende de dag van de verkoop: heel fijn dat je er was!
& last but surely not least Roy, Iris, Tineke, Geartsje, Janneke, Judith, Samantha en Robin,
voor jullie inzet, tijd, bereidvaardigheid en de voorspoedige blij- makende samenwerking!
Maartje
|
|
|
 |
 Frans & Franz
Muziek | Passie is de koers
|
28 September 2007 | 22:08:20
 |
|
Na de stilte komt muziek het dichtst bij het zeggen van het onzegbare
Aldous Huxley
Op zijn inschrijving volgde een uitnodiging voor deelname aan de internationale selectieronde van het Franz Liszt Pianoconcours. Zoals bijna ieder weekend ontmoetten wij elkaar afgelopen zondag in ons ouderlijk huis en ik zie dat zijn gelaat lichte spanning verraadt. Begrijpelijk. De tijd dringt, de focus vergt en voorbij zijn hart voor muziek is er nog een hoofd in het gareel te houden.
Ik weet niet hoe hij dat doet, het is mijn breekpunt geweest iedere keer voordat ik het podium besteeg. Ik had het gevoel dat mijn maaginhoud in mijn instrument zou belanden, ik zag noten die ik tijdens het veelvuldige studeren nooit eerder had gezien en zo rond het einde van een muziekstuk was ik enkel dankbaar dat ik niet van mijn stokje was gegaan. Ik was een heus podiumdier zo rond mijn veertiende! Het is eigenlijk bizar wat een paar ogen met je kunnen doen. Mijn leraar sprak bemoedigend over iets om naar toe te leven, dat was aardig van hem. Ik zelf voelde me alleen meer verbonden met de term duizend doden sterven, dus of er misschien ook een nooduitgang is. Ik heb het afgezworen, prestatiegericht musiceren. Daarbij voelde ik mij niet thuis in de vaste omlijning van klassieke muziek, wellicht is het mijn tekortkoming, maar ik heb dat nooit goed begrepen. Een vrije interpretatie waar doorheen je een persoonlijk aspect van de muzikant herkent, spreekt mij nu eenmaal meer aan.
Het toeval wil dat mijn broer(tje) zijn hart uitgaat naar klassieke muziek en wanneer zijn handen het klavier bespelen, dit mij wel degelijk raakt. Het zou de bloedband kunnen zijn, maar daar voorbij gebeurt er meer. Misschien is dat één van de geheimen van de muziek. Het blijft wonderlijk te aanschouwen hoe zijn vingers als vanzelf een weg vinden en dit tezamen weerklinkt als een verhaal. Hoe er iets tevoorschijn komt wat je niet kunt zien, maar als je wilt zo duidelijk kunt voelen. Ik heb diepe bewondering, het is een gave en een zegen. En het is mijn broertje. Waardoor ik bij het kijken naar de beweging van zijn voet op het pedaal, soms ineens herinneringen heb aan diezelfde voet welke ik vroeger met slaapzak en al versleepte, terug naar zijn helft van het luchtbed in ons tentje.
Vlak voordat hij die zondag gaat studeren, besluit hij dat er in zijn planning wel even tijd is voor twee krukken achter de vleugel - die ene kruk ben ik, een autodidactische - Zijn handige inspelen op mijn bescheiden repertoire, zorgt ervoor dat ons samenspel mij blijheid van een tamelijk hoge orde brengt, na een kleine poos lijkt onze samenzwering dan ook meer op een cabaret voorstelling. Wanneer de toegift en het applaus ten einde zijn geraakt, schuif ik mijn kruk opzij om plaats te maken voor hem en Liszt. Voorzichtig trek ik de deur achter mij dicht.
Uitvoerend musicus is zijn bewuste keuze en een wereld apart. Je moet het kunnen, ook mentaal. Je passie en je brood zijn met elkaar verweven. Eigenlijk een combinatie op zijn mooist. Maak het mooi, lieve broer. Zondag zal ik er zijn.
Maartje
|
|
|
 |
 't Geheime onderhuidse trechter genootschap
Taal/Column | De bovenkamer
|
14 September 2007 | 02:32:37
 |
Soms durf ik te zweren dat ze bestaan. Zich een weg banend doorheen je huid om vervolgens onderhuids iets in te pluggen. Daar waar de uiteinden van de trechters samenkomen, welteverstaan: de stort- en broedplaats der informatie.
Soms zou ik willen dat ik de uiteenlopende lijnen vast kon pakken, dan duwde ik ze naar elkaar toe en had ik een leuke puntmuts. Zodat het met bakken uit de lucht kon vallen en het zomaar langs mij heen zou gaan. Met het afdakje boven mijn hoofd zou ik half blind achter de pijl aan schuifelen, omdat iemand die ook zo'n puntmuts droeg mij vertelde dat daar zo ongeveer het wandelpad moest liggen. Stoïcijns mompelde hij nog iets over dat het altijd zo is geweest en dat ik mij aan kon sluiten bij de colonne maar zij niet op mij zouden wachten. Toen verdween hij in de massa. Ik zou hem nog gevraagd willen hebben of hij zich niet een peron-geluk vergist, er bekroop mij toch enigszins het gevoel dat je welhaast neurotisch moest zijn om je op deze route te kunnen handhaven. Tot een voorbijgaande dwerg enkele woorden wijdde aan een mier.
"Kijk" zei de dwerg tot de mier "hoe groot ik ben"
Romain John van de Maele
|
|
|
 |
 Binnenstebuiten
Taal/Column | Grootse kleinigheden&verwonderdingen
|
04 September 2007 | 20:51:58
 |
In zijn hand rust een sudoku. In zijn hoofd bewegen getallen en patronen.
Het op en neer gaan van zijn buik maakt leven zichtbaar. Stilleven.
Iets treft me. De ademhaling. Het denken verborgen achter de huid.
Het zijn van mijn vader.
Onder de druivenranken op het terras. Mijn vader in een stoel, ik op het muurtje kijkend naar de tuin die hij heeft aangelegd. Een tuin waar ieder plantje meerdere kansen krijgt om tot bloei te komen, je weet maar nooit, misschien volgend jaar. En als ze dan zo onverwacht haar knoppen opent in het licht van de zon, lijkt ze net iets mooier dan de rest. Het zal een toverdrankje van geschonken water en aandacht zijn.
Hij legt de puzzel op het witte tafeltje. Handgemaakt, voorzien van doordachte rondingen met uit elkaar te draaien onderdelen om eenvoudig te vervoeren of op te bergen. Vroeger was hij timmerman. Later combineerde hij deze ambacht met een avondschool om zijn droom tot wiskunde leraar te verwezenlijken. Inmiddels leeft hij toe naar zijn pensioen. Vermoedelijk zal dan de bekwame handenarbeid terugkeren.
"Homo sapiens"
- Ik lach. "Jawel"
We raken in gesprek. Het is alsof ik zomaar de rol van reisleidster doorheen het landschap van tijd, ruimte en waarneming mag vervullen. Hij luistert als toen ik terugkwam uit Afrika. Deze middag zonder beeldmateriaal maar met de mogelijkheid een beeld te zien voorbij materie. Met regelmaat tast ik onze gedeelde route af, we raken elkaar niet kwijt, hoeveel paden en zijwegen we ook nemen. Mijn verwondering wordt de zijne, mijn vertelling wordt zichtbaar in zijn ogen en hij glimlacht.
Mijn vader herinnert zich een moment waarop hij aandachtig vragen stelde over het universum. Het idee van een Russisch poppetje. Stelsel gehuld in stelsel, steeds verder tot het je opslokt. Hij ervoer een gevoel van waanzin om er vervolgens nooit meer over na te denken.
- "Ideeën over ruimte en tijd kunnen soortgelijk overweldigend zijn als het aanschouwen van de zee. Misschien is het zo dat je krijgt zoveel je kunt dragen en is dat draagvlak afhankelijk van de manier waarop je naar een ervaring kijkt. Meestal wanneer ik het gevoel krijg in die grootsheid te verdrinken, probeer ik mij te beseffen dat ik enkel hoef te drijven"
Hij knikt bedachtzaam en we drinken onze thee aan het tafeltje in de tuin.
- "Wat mij zo kan fascineren is dat heel veel dingen die in eerste instantie van verschillende orde lijken te zijn een overeenkomst in zich dragen. Het matroesjka gevoel met de verschillende lagen is vergelijkbaar met de persoonlijke ontwikkeling van een mens. De manier waarop je kijkt, bepaalt de manier waarop je ervaart. Een oordeel zet de grens. Dat zie je overal terug. Zodra je je kunt verplaatsen in die grens of in een mens, verschijnt er veelal een brug die de naam der dingen onbelangrijk maakt.
Onlangs zag ik een fragment over een meneer die lange tijd in een concentratiekamp verbleef. Op een dag werden hij en andere gevangen gehouden mensen over het kampgebied terug naar de slaapplaats gereden. Vanuit de wagen zag hij een mooie boom met besneeuwde takken. Een moment dacht hij aan het voortleven van de boom, ook als hij als mens in deze oorlog zou sterven. Toen de wagen stopte en de mensen te voet een pad moesten volgen, verliet hij dit pad om naar de boom te gaan. Tegen alle strikte regels, maar zonder angst omdat iets voorbij gedachten hem meenam. Spoedig kwam er een soldaat naar hem toe, het enige wat hij zei was: 'moet u kijken, wat een prachtige boom'. Even vergat de soldaat zijn wapen, om samen met de gevangene vrij te zijn van alles wat heerst"
Mijn vader en ik, we zwijgen.
Het hart schijnt door zijn huid.
|
|
|
 |
 Pro-ana vs haar Heldere ogen
Gezondheid/Psyche | Hart zoekt thuis
|
30 Juni 2007 | 15:48:54
 |
Gisternacht ontmoette ik via haar web-log een lief, mooi en intelligent meisje. Ik las al haar tot dan toe geposte berichten en besloot haar te schrijven. Diezelfde nacht antwoordde ze mij, waarmee we in gesprek raakten over hetgeen in haar leeft. Open en bloot de harde feiten en tegenstrijdigheden die schuilgaan in de wereld van meisjes die zijn vastgeraakt in een andere vorm van de werkelijkheid.
*ik noem meisjes, u kunt tevens jongens of medemensen lezen
In haar geval wil ik liever niet spreken over pro- ana omdat er doorheen haar woorden twijfel, verwarring en besef van onmacht scheen. Eigenlijk wil ik überhaupt niet spreken over pro- ana, hoe stellig bepaalde meisjes ook overtuigd zijn van de keuze voor die levensstijl.
Zonder te oordelen, vraag ik mij af: hoe is dit in godsnaam mogelijk?
Misschien moet je om die vraag enigszins te kunnen beantwoorden onderscheid maken tussen meisjes wiens geest is gevuld met anorexia en meisjes die vol overgave aanhangster zijn van de pro-ana levenshouding. Maar mijns inziens is die scheiding een troebele grens. Het meest belangrijke verschil zie ik in de manier waarop de jonge mensen onderling met elkaar omgaan. Op de forums speciaal bedoeld voor meisjes met de diagnose 'eetprobleem' is er aanmoediging tot herstel, inzicht en het doen laten groeien van eigenwaarde waarmee de rol van het eetprobleem centraal staat echter niet wordt beschouwd als middel tot het verkrijgen van een ogenschijnlijk gelukkig makend lichaam. Er is ruimte voor de gevoelens en gedachten die ten grondslag liggen aan de uiting hiervan. Die ruimte en dat inzicht is sporadisch terug te vinden op de zo genoemde pro- ana sites. Het enige argument wat de gastvrouwen van deze sites hiervoor hebben is het wijzen op de keuze graag langs deze weg te willen leven, niets meer en niets minder. Daar kan ik in komen. Iedereen is vrij om te doen en laten wat zij wil, echter hoe is het mogelijk dat in die vrije wil deze keuze wordt gemaakt?
Kijkend naar de samenleving, is het niet zo moeilijk dichtbij een antwoord op deze vraag te komen. Het is voornamelijk een leving geworden zonder samen. Een leving waarin er met een grondschuiver over de gevoelswereld wordt gegaan, bewust en onbewust. Waarom? Omdat de prioriteiten zijn verschoven. Eerst de buitenkant, bij problemen aan de binnenkant word je doorverwezen naar een plaats die buiten de maatschappij lijkt te staan. Hypocriet, eigenlijk. Het één wordt uit het andere geboren maar één van die vruchten wordt beschouwd als ongepast. En ja, het past ook niet, maar wat past niet in wat?
Past de verstandsverbijstering niet in de waarheid, of past de waarheid niet in de verstandsverbijstering.
Vindt u het werkelijk gek dat er vele mensen kampen met problemen rondom eten, dat er vele mensen naar de fles grijpen of anderszins verstrengeld zijn geraakt met een verslaving, dat er vele mensen sombere gevoelens ervaren of eenzaam zijn en dat gevangenissen inmiddels uitpuilen? Om maar te zwijgen over de manier waarop wij met z'n allen als kippen zonder kop consumeren, profileren en profiteren van al wat de natuur in al zijn onschuld mogelijk maakt.
Begrijpt u mij niet verkeerd, mijn ogen zijn in eerste instantie op het goede gericht en er is langs die weg een overvloed aan waardevols te aanschouwen, echter je ogen sluiten voor hetgeen daarnaast ook leeft is als het negeren van een kind die huilt van angst.
Het gaat voor mij onder andere over de heersende aanname betreft sterk en zwak. Er lijkt een bepaalde tendens te zijn die een scheiding maakt tussen de alles- in- de- hand houding en de wereld van het zwakke schaapje die de gang van zaken van het hart of de wereld niet altijd kan volgen. Wat die scheiding mogelijk maakt is het gecreëerde decor waartegen zich ons leven afspeelt. Denk aan materialisme, aanzien, de race tegen de klok (god weet wie dat ooit heeft bedacht) met als product een leven wat in de ogen van je medemens iets lijkt. Wanneer de vraag rijst: is het ook wat het lijkt? ".. moeilijk- moeilijk! niet te serieus doen joh! Goh, wat denk je veel na, haha. Biertje? "
Het is naar mijn smaak te vreemd dat er zo spastisch kan worden gedaan over hoe iemand zich voelt. Dat is toch eigenlijk het enige wat telt.
Kent u iemand die niet gelukkig wil zijn?
Het maakt mij volkomen niet uit wat iemand doet, dokter of zwerver, alom aanbeden muzikant of putje schepper, honderd keer gescheiden of eeuwig met één persoon getrouwd, alcoholist of geheel onthouder. De vraag "wat doe je" mag wat mij betreft gerust worden vervangen door "wie ben je eigenlijk?"
Vanuit deze vraag is een bruggetje te maken naar de aanleiding van dit schrijven. Hoe kan het dat de wereld je heldere ogen vertroebelt en je zo hard moet zoeken naar een plaats in dit leven? Hoe kan het dat je ogen menen te zien wat je daarvoor moet doen om vervolgens het gevoel te hebben iemand te zijn?
De afgelopen dagen heb ik gelezen op enkele pro- ana sites, waar mijn bewondering uitgaat naar de meisjes die twijfelen en de glimp van heldere ogen durven verwoorden te midden van alle tegenstrijdigheden. Ik las: "Deze weblog heb ik gemaakt omdat ik een extra steuntje in de rug wilde bij de strijd tegen de kilo's. Maar nu twijfel ik hieraan. Ik krijg binnenkort een intake gesprek. Ik zie dat ik op deze manier niet gelukkig ga worden. Mijn streef was eerst x kg. Dat heb ik bereikt en hoe voel ik me? Hetzelfde als eerst. Het is nu een grote chaos. Dit is nu geen pro- ana log meer, ook al staan er nog van die plaatjes en links. Ik wil ertegen vechten, ik wil me niet kapot laten maken door dit alles"
Er zijn jonge mensen die zich alles behalve thuis voelen bij zichzelf en het leven.
Het leven welke wij samen creëren en waarvoor wij samen zorgdragen.
Maartje |
|
|
 |
 Brief aan God - Jan Vayne
Religie/Wetenschap | Unieke routine van alledag
|
21 Juni 2007 | 00:31:35
 |
Daar werd aan de poort geklopt
Klopt dat wel
Wel, dat klopt
Klinkend in een fraai cadans
Wie zou dat zijn
postintro: voor de muzikale omlijsting klikt u hier.
Mocht u stiekem de behoefte voelen mee te zingen,
fraai mag worden afgewisseld met vrij,
daar zou u mij tevens een plezier mee doen, ze kloppen allebei.
- dag 15 (vijftien) te MaartKlooster -
Van tijd tot tijd maakt non-actief ruimte voor non actief, met bescheiden Sister Act momentjes als gevolg. Ik had dat graag met u willen delen, echter is hiervan helaas geen beeldmateriaal beschikbaar. Ervan uitgaande dat u mans genoeg bent uw verbeelding te laten spreken, hoop ik dat u lacht.
Zoals u reeds vernam, verscheen er onlangs via de digitale paden een gast aan de poort van mijn temporele klooster. Ik had mij juist ondergedompeld in een bad van stilte, toen plots een opmerkelijk signaal de ruimte vervulde. Hij kwam met een brief en verklaarde op eigen- wijze zijn schrijven. Ik luisterde met een glimlach omdat deze woorden als muziek mijn zintuigen bespelen.
Het is niet eenvoudig dat wat on(be)noembaar is noembaar te maken. Echter langs de vragende weg lukt het soms een één-tweetje te creëren tussen rede en essentie met een verstaanbaar bruggetje als resultaat. Alsof het ontastbare zomaar even tastbaar wordt. Het betreft een stukje klimmen, maar dan heb je ook wat.
Voorbij de ogenschijnlijke begrenzing,
bevindt zich een ruimte waar vrijheid en verbondenheid samenkomen.
Liefst zou ik ingaan op al hetgeen besproken wordt. Van het 'model' en de intellectuele bevestiging tot de steeds meer kloppende beleving. Van het dynamische evenwicht tot de holte of droogte versus de opmerkbare en aanwezige overvloed. Van aannamen die doen sterven tot wat verweven is met alledag.
Maar wellicht kunt u beter zelf even gaan luisteren.
Als u mij met geringe regelmaat heeft gevolgd, en niet onbelangrijk: een beetje heeft kunnen volgen, begrijpt u vast waarom een interview als deze mij zeer aanspreekt. En blij maakt bovendien.
Ik zeg: Goed gemaakt!
Waarvoor dank aan meneer Knevel & Vayne
Maartje |
|
|
|
|
|